fbpx

Sandplay

Sandplay: zandspeltherapie volgens de Jungiaanse analytische theorie en de methode van Dora Kalff

SAMENVATTING Zandspeltherapie is een ervaringsgerichte therapievorm waarbij gebruik wordt gemaakt van zand, water en een grote diversiteit aan spelmateriaal met veel miniatuurtjes en allerlei natuurlijke objecten. In dit artikel wordt behandeld hoe door middel van deze therapie de mogelijkheid geboden wordt om innerlijke impulsen naar buiten te brengen en ze in interactie met het materiaal vorm te geven via het maken van visuele beelden in het zand. Doordat het kind deze beelden creëert wordt zijn/haar innerlijk toegankelijk gemaakt door het samenspel van binnen en buiten, bewust en onbewust. In de loop van de therapie ontstaat er zo een serie beelden van het innerlijk in ontwikkeling.

1. INLEIDING

De theorievorming rond zandspeltherapie of sandplay, zoals het bij voorkeur wordt genoemd, volgens de methode van Dora Kalff is Jungiaans georiënteerd. Een basaal uitgangspunt is daarbij dat er diep in het onbewuste een autonome tendens is voor de psyche om zichzelf te genezen zodra er de juiste voorwaarden aanwezig zijn. Het verschil tussen sandplay en andere creatieve methoden is dat er bij sandplay geen artistiek talent op het vlak van tekenen, drama of anderszins vormgeven nodig is: het expressieve materiaal is al direct voorhanden in de vorm van de miniatuurtjes en de natuurlijke objecten. De duidelijk afgebakende ruimte van de zandtafel geeft een begrenzing aan het spanningsveld tussen de innerlijke impulsen en fantasieën en de concrete vorm van de verschillende figuurtjes. Deze figuurtjes en objecten zijn weliswaar in grote hoeveelheden voorhanden, maar er is toch een beperkt aantal. Hierin ligt een weerspiegeling van de realiteit: wij allemaal hebben wensen en impulsen die in het spanningsveld met de realiteit vaak maar gedeeltelijk tot uitdrukking kunnen komen en die op hun beurt weer door de realiteit beïnvloed worden. Door dit zelfde spanningsveld aan te bieden in een therapeutische spelvorm krijgt het kind via eigen keuzes uit het beschikbare materiaal de kans om eigen oplossingen te ontdekken en om verborgen delen van zichzelf naar boven te laten komen en zichtbaar te maken in het zand. Voor sandplay is een zekere symboolgevoeligheid een noodzakelijke voorwaarde, terwijl verbale vaardigheden daarentegen niet vereist zijn. Verder gelden dezelfde indicaties en contra-indicaties als voor kinderpsychotherapie in het algemeen. figuur 1. Sandplay-wereld, latentie-kind

2. HISTORISCH OVERZICHT VAN DE ONTWIKKELING VAN SANDPLAY

Hoewel sandplay als therapievorm nog jong is, is het gebruik van visualisatie een oeroude menselijke activiteit. Het gebruik van zand hierbij kan teruggevonden worden bij vroegere, zelfs prehistorische volken. Bekend zijn de magische cirkels die de sjamanen in de aarde tekenden ter bescherming van zichzelf. Zandschilderingen komen ook voor bij de precolumbiaanse volkeren van Zuid-Amerika en bij de Tibetanen. Een aan sandplay verwante activiteit kan gezien worden in de zandschilderingen van de Navaho-indianen. Deze zandschilderingen werden uitgebreid toegepast in genezingsceremonieën en dit gebeurt nog tot op de huidige dag. De symbolische zandschilderingen worden volgens rituele regels gemaakt en representeren allerlei goddelijke, dierlijke en menselijke energieën en ook natuurlijke geometrische symbolen. Wanneer de zandschildering klaar is gaat de patiënt erin zitten en worden de verschillende kleuren van het zand op het lichaam van de patiënt gebracht. Op deze manier wordt de patiënt in verbinding gebracht met goddelijke energieën die een ervaring van innerlijk evenwicht, welbevinden of gezondheid tot gevolg hebben. De eerste Jungiaan die zich eigenlijk met sandplay bezighield was Jung zelf. Hij beschrijft in zijn autobiografie “Memory, dreams, reflections” hoe hij in 1912 de genezende werking van zandspel “ontdekte”. Na zijn breuk met Freud verviel Jung in een diepe depressie en verwarring. Noch verbale analyse van zijn dromen noch bezinning op zijn leven bood hem oplossingen. Hierop besloot hij om zich geheel open te stellen voor zijn innerlijke “onbewuste” impulsen en om zomaar te doen wat er bij hem opkwam. Hij herinnerde zich dat hij als kleine jongen kastelen en gebouwen van steen en modder had gemaakt, en hij vroeg zich af of die kleine jongen die vroeger zo creatief was op de een of andere manier nog te bereiken zou zijn. Het leek hem dat hij als volwassene onmogelijk de brug terug zou kunnen vinden naar zijn kindertijd. Toch wilde hij opnieuw contact met deze periode krijgen. De enige manier om dit te doen, bedacht hij, was om weer terug te keren naar zijn kinderspel. Hij had hier wel veel moeite mee en tegelijk ook veel weerstand tegen. Hij vond het een nogal vernederend idee om terug te keren naar zogenaamd “kinderspel”. Desalniettemin ging hij toch iedere dag serieus en met regelmaat spelen met aarde en stenen en water aan de rand van het meer van Zürich. Hij beschrijft in zijn autobiografie dat langzamerhand zijn gedachten ophelderden en hem in staat stelden om gaandeweg uit zijn depressie te klimmen. Het spelend bezig zijn maakte bij hem een enorme stroom aan fantasieën en energie los. Later verbreedde zich dit spel met aarde en water naar schilderen en beeldhouwen. Vanuit deze ervaring ontwikkelde hij zijn grote waardering voor fantasie, die hij aanduidde als “de moeder van alle mogelijkheden, waar alle psychologische tegenstellingen, de innerlijke en de uiterlijke wereld bij elkaar komen in een levende heelheid”. (Collected works, vol. 6, pag. 52). Langs deze weg heeft Jung later de techniek van actieve imaginatie ontwikkeld. In 1911 publiceerde H. G. Wells zijn boek “Floor Games”. In dit boek beschreef hij het enorme plezier dat hij beleefde met zijn zonen op de zolder in het bouwen van allerlei werelden op de vloer. Dit boek inspireerde Margaret Lowenfeld, een Freudiaans psychiater aan het instituut van Child Psychology in Londen, tot het schrijven van het boek “World Techniques: Play in childhood” (1935). Deze methode, die al snel “World Technique” genoemd werd, werd gaandeweg gebruikt in andere klinieken en in andere landen. In 1956 raakte Dora Kalff op een psychiatrische conferentie in Zürich onder de indruk van dr. Lowenfeld en haar Wereldtechniek. Aangemoedigd door Jung ging Kalff naar Londen om te werken en te studeren met Lowenfeld en een aantal anderen, zoals D. W. Winnicott en M. Fordham, twee beroemde kinderartsen en therapeuten, die veel vanuit de objectrelatie-theorie werkten. Toen Dora Kalff terugkwam in Zwitserland begon ze haar praktijk met kinderen. Haar wens was om het Jungiaanse gedachtengoed vorm te geven in een therapeutische modaliteit die voor kinderen, en zoals later bleek ook voor volwassenen, bruikbaar zou zijn. Zij nam als uitgangspunt de stelling van Jung, dat er een fundamentele neiging tot heelheid en genezing in de menselijke psyche aanwezig is. Om deze neiging te activeren was volgens haar een “free and protected space” nodig. Zij creëerde deze ruimte door een onvoorwaardelijke acceptatie van het kind te koppelen aan het spelen in de zandtafel. Door het totaal accepteren en niet (indringend) duiden, en door het ondersteunen van het non-verbale proces dat zich in de zandbak ontvouwde, probeerde ze via observaties voor zichzelf zicht te krijgen op wat er op een niet-verbaal niveau bij het kind aanwezig was. Op den duur begon Kalff bepaalde ontwikkelingsstadia te herkennen in de zandbeelden die door de kinderen werden gemaakt. Ze zag deze als uitdrukking van een psychologisch rijpingsproces dat zich afspeelde binnen in het kind. In die tijd had ze nog geen conceptueel raamwerk om uit te leggen wat zij zag. Later kwam ze in contact met de ideeën over de psychologische ontwikkeling in de vroege kindertijd van Erich Neumann, een vooraanstaand Jungiaans analyticus. Kalff en Neumann waren erg belangrijk voor elkaar in het ontwikkelen van hun ideeën. Jammer genoeg kwam hun samenwerking voortijdig ten einde door het vroegtijdig overlijden van Neumann. Kalff werd ook beinvloed door het Zen-Boeddhisme. Ze zag in haar eigen gewoonte om geen duidingen te geven op het moment dat het zandbeeld gecreeerd werd een overeenkomst met de Zen-gewoonte om geen direct antwoord te geven op vragen maar eerder de persoon terug te werpen op zijn eigen imaginatie en innerlijke bronnen. Toen Kalff sandplay-therapie met volwassenen ging doen ontdekte ze dat er zich dezelfde ontwikkelingsprocessen afspeelden als bij kinderen, wat voor haar betekende dat sandplay zich afspeelt op pre-verbale dieptes, ofwel op een vrij primitief niveau van het onbewuste. Door de nadruk die in onze samenleving gelegd wordt op beschaafd gedrag worden meer primitieve (tegelijk ook heel natuurlijke!) gevoelens van passie, seksualiteit, woede, haat en afgunst afgesplitst en uit het bewustzijn verdrongen. Door deze heftige emoties af te splitsen worden de ermee samenhangende natuurlijke energiebronnen minder toegankelijk. Binnen de grenzen van de zandtafel kan het kind al zijn emoties de vrije loop laten. Wanneer het kind weer in verbinding komt met de afgesplitste gedeeltes van zichzelf, kan de natuurlijke energie weer in dienst komen van zijn ontwikkeling.

3. SANDPLAY ALS SPEL ZONDER REGELS

Sandplay kan gezien worden als een spel zonder regels. Voordat dit spel veilig en zinvol kan worden gespeeld is het nodig om een aantal omstandigheden te creëren. Om sandplay als therapievorm te kunnen doen heeft men een rechthoekige zandbak nodig met binnenmaten in de volgende verhoudingen: 54 cm breed en 69 cm lang; de diepte van de bak is zo’n 7 cm. De binnenkant van de bak is geschilderd in een zeeblauwe kleur en de zandbak wordt voor tweederde gevuld met zand. Genoemde afmetingen hebben een reden die te maken heeft met de breedte van het menselijke gezichtsveld. Dit betekent dat een kind dat in de zandbak werkt in één oogopslag overzicht heeft over wat ontstaat of is ontstaan. De therapeut is als getuige van het proces aanwezig bij het maken van het beeld en helpt daarmee het proces vast te houden. Eigenlijk zou men het sandplay-proces kunnen vergelijken met een langdurige droom of een actieve imaginatie, die als het ware zichzelf tot voltooiing brengt. Naast de zandbak zijn er de miniatuurtjes die allerlei aspecten van het menselijk, dierlijk, planten- en mineralenrijk uitbeelden, met daarnaast tal van fantasiefiguren en figuren die het goddelijke verbeelden. Een belangrijke voorwaarde bij sandplay is het ongestoord bezig kunnen zijn. Belangrijk is dan ook het niet duiden door de therapeut. Voor kinderen is het spelen met zand een onmiddelijk herkenbare en vanzelfsprekende manier om zichzelf uit te drukken. Een kind begeeft zich zowiezo van narure in symbolisch spel zodra het de kans krijgt. Het is een bevrijdende ervaring dat binnen sandplay het onbewuste zijn eigen weg kan gaan. Het kind ervaart dit als een eigen realiteit. Ook neemt dit de vorm aan dat kinderen zelf nieuwsgierig raken naar de beelden die tijdens het sandplay lijken te ontstaan vanuit hun handelen. Want het is zelden zo dat sandplay gepland en gestuurd kan worden. De interactie met het zand, het water en de miniaturen, èn het handelend bezig zijn, creëert altijd “verrassingen” in het spel. Tijdens sandplay wordt het accent vooral gericht op de ervaring van het maken van de ‘wereld’. Er wordt vooral aandacht gegeven aan het spel en aan spontane non-verbale communicatie. Diepe waardering voor wat het kind maakt en empathie voor de worstelingen en de emoties die tijdens het sandplayproces doorgemaakt worden, vormen een voedingsbodem voor de in het kind aanwezige mogelijkheden tot verandering en groei. Na voltooiing van het beeld wordt een foto of dia van het sandplay-beeld gemaakt. Zo wordt het samenspel van bewust en onbewust ook “buiten” in beelden vastgelegd. De zandtafel wordt nooit door het kind opgeruimd; dit gebeurt pas nadat het kind vertrokken is. Hierdoor blijft het sandplaybeeld in de voorstelling van het kind inta figuur 2 . Zandtafel figuur 3. Sandplay-materiaal Voor de therapeut is het moeilijk maar noodzakelijk om de verleiding te weerstaan op een intellectueel niveau dit onbewuste proces te gaan duiden. De poging om zo’n proces te analyseren komt sterk overeen met de rationele instelling die onderdeel is van onze samenleving. De kracht van de natuurliujke genezende potenties in de psyche worden op deze manier verkleind of zelfs tenietgedaan. De grote waarde van sandplay voor kinderen zowel als voor volwassenen ligt in het ervaringskarakter van deze methode. Wanneer ervaring bevrijd wordt van louter intellectualiseren komt het psychische leven in beweging en worden gestagneerde energieën vrijgemaakt door de groeikracht van natuurlijke ontwikkelingsprocessen. Tenslotte is de aanwezigheid van een speciaal in sandplay opgeleide psychotherapeut een noodzakelijke voorwaarde, een psychotherapeut die zich grondig bewust is van specifieke condities die nodig zijn om vruchtbaar gebruik te kunnen maken van deze therapeutische modaliteit. Daartoe is een diepgaand hebben doorgemaakt van een eigen sandplay-proces onontbeerlijk.

4. BASISCONCEPTEN ROND SANDPLAY

In haar boek “images of the Self” beschrijft Estelle Weinreb een aantal basisconcepten met betrekking tot sandplay. Sandplay-therapie, zoals ontwikkeld door Kalff, maakt gebruik van theoretische concepten van Jung en van Erich Neumann. Hier volgen acht concepten, zoals beschreven door Weinreb. 1. De psychologische ontwikkeling van het individu wordt gedetermineerd door archetypen. En onder normale omstandigheden is deze ontwikkeling voor iedereen gelijk (Neumann, 1954). 2. De psyche bestaat uit bewust-zijn en onbewust-zijn en de interactie tussen hen is een zelfregulerend syseem. Het beslaat een tendens van innerlijke druk naar heelheid en een tendens om zich te reguleren en in evenwicht te houden door de compensatoire functie van het onbewuste. Dat wat niet bewust is wordt vaak onbewust gecompenseerd. Bijvoorbeeld iemand die aan de oppervlakte alleen maar lief doet draagt vaak in zich een hoop onvrede en woede die voor de persoon zelf niet zichtbaar is. 3. Het Zelf is de totaliteit van het bewust- en het onbewustzijn en een soort verbindende kern van deze twee. Het is de centrale, organiserende factor van de psyche vanwaaruit het ego, dat alleen maar een kleine kern van het bewuste is, evolueert. De primaire plek die in het Westen aan het ego en aan het intellect gegeven wordt, heeft als resultaat dat er een gebrek aan evenwicht ontstaat. De overmatige rationele persoonlijkheid die zo gevormd wordt is vatbaar voor neurose. De autonomie van het ego wordt beperkt doordat de wortels van het ego in het onbewuste liggen. Daardoor is het ego kwetsbaar voor de invloed van emotioneel geladen complexen die tevoorschijn komen als een compensatie. 4. Jung zag de moeder als de bron van het fysieke leven en daardoor het onbewuste als de bron van psychologisch leven. De moeder en het onbewuste kunnen gezien worden als symbolische feminiene equivalenten. De druk om terug te gaan naar de moeder kan gezien worden als een impuls om terug te keren naar het onbewuste. Onder bepaalde omstandigheden kan dit regressief zijn en leiden tot neurose of psychose, soms ook tot ziekte of dood. In andere, meer gezonde situaties wordt de regressie naar het feminiene alleen tijdelijk en staat geheel in dienst van psychische vernieuwing en symbolische herboren worden. 5. Psychische genezing en het vergroten van bewust-zijn of inzicht hangen met elkaar samen maar zijn niet identiek. Het is mogelijk om op een non-verbaal niveau genezing te bewerkstelligen zonder dat er absoluut noodzakelijk inzicht is in dit proces. Daar waar een diepe genezing op het matriarchaal niveau plaatsvindt en de psyche zijn natuurlijk functie weer hervindt, ontstaat een conditie vanwaaruit inzicht en bewustzijn op een organische manier kunnen evolueren. Dat betekent dat iemand zich beter kan gaan voelen en pas veel later inzicht kan ontwikkelen hoe dat zo gekomen is. 6. Psychische genezing is een emotioneel, niet rationeel fenomeen dat plaatsvindt in het matriarchaal niveau van bewustzijn dat Kalff aanduidt met de term “pre-verbale diepte”. Genezing op dit niveau creëert de vernieuwing van de persoonlijkheid als ook een vergroting van het bewustzijn die tot rijping en ontwikkeling van de persoon leidt. 7. Zowel genezing als een vergroting van het bewustzijn zijn na te streven doelen in psychotherapie. Het gebruik van sandplay verdiept en versnelt de therapeutische onderneming, omdat hoewel er verbale interacties altijd plaatsvinden er ook op een diep niveau een non-verbaal proces in beeld gebracht wordt. Sandplay geeft de mogelijkheid voor een creatieve regressie in dienst van de ontwikkeling. 8. Een natuurlijk genezinsproces kan geactiveerd worden door therapeutisch spel en door het stimuleren van creatieve impulsen via de “free and protected space”, zoals beschreven door Kalff. Het Jungiaanse uitgangspunt dat het symbool een genezende functie heeft omdat het tegengestelden bij elkaar brengt, kan gezien worden als een poging van het onbewuste om de libido via regressie naar een creatieve daad te brengen waardoor er een resolutie van de tegenstellingen plaats kan vinden. Het maken van een sandplay-beeld is een symbolische en creatieve daad. Het op symbolisch niveau actief fantaseren stimuleert de imaginatie en bevrijdt neurotische gefixeerde energie door het te bewegen in de richting van creatieve kanalen. Dit werkt op zichzelf genezend. Jung vergeleek de genezende tendens van de psyche met de genezende tendens van het lichaam. Hij zei dat net zoals het lichaam op een doelgerichte manier reageert op verwonding of infectie of een abnormale manier van leven, zo ook reageert de psychische functie met krachtige afweermechanismen op onnatuurlijke of gevaarlijke verstoringen (General Aspects of the Psychology of the Dream, 1956, pag. 4).

5. ONTWIKKELINGSSTADIA IN SANDPLAY

In sandplay van zowel kinderen als volwassenen worden ontwikkelingsstadia uit de kindertijd teruggezien. Bij kinderen neemt spel niet alleen een centrale plaats in, maar ook wordt hun ontwikkeling weerspiegeld, ondersteund en worden groeiimpulsen gegeven door spel (Hees en Hees, 1993). Dora Kalff bestudeerde de ontwikkeling van kinderen via sandplay. Zij onderscheidde drie stadia van ego-ontwikkeling (1971). Ook Neumann hield zich bezig met ego-ontwikkeling tijdens de kindertijd, maar vanwege de beperkte ruimte in dit artikel zal ik volstaan met een beschrijving van de drie stadia die Kalff onderscheidde, en wel: 1. het animaal-vegetatieve stadium; 2. het vechtstadium, en 3. het stadium van aanpassing aan het collectief. Het animaal-vegetatieve stadium hangt samen met het ervaren van de moeder-kind band op primair niveau en van het eigen vroege driftleven. In de gezonde ontwikkeling maken kinderen in dit stadium voornamelijk gebruik van dieren, bomen en planten. Veel kinderen maken rivieren of vijvers en stoppen ook verschillende vormen van voedsel in de zandtafel. Volgens Kay Bradway verwijst dit naar een wijze van voeding geven aan zichzelf. Dit zichzelf voeden is een stap in de richting van een hoger niveau van ego-autonomie. Wanneer een kind zichzelf kan voeden en daar plezier aan beleeft, kan het zich gaan losmaken van de lust van het gevoed worden via borst of fles. Het toevoegen van planten en bomen lijkt verbonden te zijn met een innerlijk gevoel van mogelijkheid voor psychische groei; dit in contrast met de schraalheid en starheid van zandwerelden die volledig zonder leven zijn. Dergelijke beelden weerspiegelen voornamelijk verwaarlozing in de vitale, biologische sfeer van de vroege moeder-kindrelatie. Vulkanen kunnen in deze context gezien worden als opgekropte gevoelens. Naarmate deze gevoelens naar buiten komen kunnen ze een kind voortstuwen uit de passieve ontvangende band van de moeder-kindrelatie richting het meer actieve, vechtende stadium. Wanneer het kind niet loskomt uit de passieve, “orale” band met de moeder en de ontwikkeling in dit stadium gefixeerd raakt, vervalt het kind in passiviteit, angsten en psychosomatische ontladingen via vage lichamelijke klachten. Het vechtstadium kondigt het begin aan van het ego-bewustzijn of, laten we zeggen, het stadium waarin een kind moet voldoen aan eisen en zijn autonomie moet winnen. Dit stadium kan gezien worden als een moment waarop het kind zich door verzet losmaakt uit de moeder-kindband om de eigen persoonlijkheid steeds meer vorm te geven. In sandplay-werelden wordt dit weerspiegeld in de vorm van oorlogen en scènes waarin veel gevochten wordt. Deze vechtachtige accentuering van het masculine is blijkbaar nodig, zowel fylogenetisch als ontogenetisch, en wel om het bewustzijn en het ego los te maken en te bevrijden uit het overwicht van de moederlijke energie. Alleen het heroïsch vechtende ego is in staat om het feminien-maternale te boven te komen. Wanneer dit feminien-maternale het ego en het mannelijk principe van het bewustzijn belemmert in hun ontwikkeling naar onafhankelijkheid, wordt het een bron van angst in de vorm van de Verschrikkelijke Moeder, een bedreigende oerkracht die vaak vorm krijgt in een draak, heks, inktvis of andere verslindende wezens. figuur 4 Jan (6 jaar, 7 maanden) “Dit is de heilige witte indiaan met de beesten die de witte man redt van het vuur”, vertelt Jan. Thema’s van gevangenschap en redding; dierlijke krachten die in samenwerking met een krachtige, bijzondere, centrale persoon, de indiaan, op de berg de gevangen held redden. De held wordt gevangen gehouden door “mindere mensen” zoals hij het noemt, die hem aan het vuur willen geven. Deze jongen markeert met dit sandplay de overgang van een vroeg-kinderlijk wereldbeeld waarin “de goden” (de ouders) offers vragen, naar een meer gedifferentieerd wereldbeeld waarin de verbinding tussen een groeiend besef van zelf (witte indiaan), los van de ouders, ingezet wordt om het zelf dat nog vast in een vorige fase vrij te maken. Het animaal-vegetatieve niveau is zichtbaar aan de wilde beesten (de eigen dierlijk/lichamelijke impulsen en krachten), die tevoorschijn komen uit de plantengroei (ontwikkelingsdrang). Deze wilde dieren ondersteunen de witte indiaan in zijn bevrijding van de witte man – die anders geofferd wordt aan de figuur van de Verschrikkelijke Vader, de negatieve oervader die menselijke offers vraagt. In de derde fase, wordt het accent gelegd op een aanpassing aan collectieve waarden en normen. In dit stadium komt het kind tot een gevoel van eigenheid dat rekening houdt met gangbare normen en waarden zonder dat het de eigen creativiteit en specifieke mogelijkheden opgeeft. Het gaat er hier om basale leefregels te leren hanteren zonder star te worden. Het gebruik van hekken lijkt samen te gaan met een opkomend vermogen om om te gaan met de krachten vanuit de cultuur. Andere beelden, die hieraan gerelateerd zijn, zijn bijvoorbeeld zandbeelden die te maken hebben met school, met interacties, vooral conflictueuze interacties met autoriteitsfiguren, zoals ouders, leerkrachten en politie. Ook contrasten van goed en kwaad. De overgang naar dit derde stadium weerspiegelt zich in weken of maanden, waarbij afwisselende scènes geconstrueerd worden waarin veel gevochten wordt en scènes waarin beesten door hekken omringd worden. Wanneer men kijkt naar een serie kinderwerelden, dan is het mogelijk om aan te geven dat een scène met dieren die in hekken zijn, meestal gebeurt nadat er in de voorgaande scène veel agressie plaatsvond. In deze fase maken kinderen vaak gebruik van bruggen. Een brug geeft aan dat er een poging gedaan wordt om een verbinding te leggen tussen de verschillende en vaak tegengestelde delen van zichzelf. Het goed en het kwaad, de passieve en agressieve elementen, de impuls om volwassen te worden en de impuls om baby te blijven en passief te blijven. Het kunnen herkennen en tolereren van tegenstellingen, gevolgd door het oplossen of vasthouden van de tegenstellingen, gaat samen met een verandering, of transformatie, in de psyche. Een brug lijkt vooral samen te hangen met de beweging waardoor een verbinding en zelfs een integratie gemaakt kan worden van verschillende, tegenover elkaar gestelde delen van zichzelf. Het voedsel geven aan dieren wordt in verband gebracht met het geven van voeding aan zichzelf. Men voedt zichzelf door het driftleven te honoreren. Als gevolg daarvan krijgt men ook energie en “voedsel” terug van de instinctieve of driftmatige kant van de persoonlijkheid die als voedingsbodem fungeert. Het ego reguleert het contact met deze innerlijke bronnen van energie en de collectieve waarden en normen die, gedestilleerd uit de menselijke evolutie, richtlijnen geven voor moreel tussenmenselijk gedrag. Hoewel er een relatie bestaat tussen leeftijd en het in beeld komen van deze verschillende fasen is hier niet sprake van een lineaire relatie. Het zal niet altijd zo zijn dat men makkelijk van het ene stadium naar het andere gaat of dat hun opeenvolging rigide is. Kinderen zowel als volwassenen bewegen zich heen en weer, voorwaarts en terugwaarts over de verschillende stadia van ontwikkeling.

6. SLOT

Sandplay is een manier om de energie van het onbewuste te visualiseren in een symbolische spelvorm. Sandplay richt zich op de pre-verbale dieptes van de psyche. Om deze pre-verbale niveaus van de psyche te kunnen bereiken activeert sandplay een creatieve regressie die natuurlijke genezingsprocessen stimuleert. De therapeut biedt geen interpretaties op het moment dat de beelden gecreëerd worden, dit in tegenstelling tot verbale psychotherapieën waar wel duidingen worden gegeven. De cliënt associeert vrij ten opzichte van de beelden die hij of zij creëert, net zoals dat het geval is bij een droom. Door in driedimensionale tastbare vorm uitdrukking te geven aan vaak chaotische of onbewuste inhouden van de psyche kan een natuurlijk structureren of transformatie van het innerlijk leven plaatsvinden. De beelden die gecreëerd worden met deze methode weerspiegelen figuren en landschapsbeelden van de innerlijke zowel als de uiterlijke wereld. De beeltenissen lijken te mediëren tussen deze twee werelden en vormen een brug hiertussen. Hiermee wordt de persoonlijkheid in evenwicht gebracht doordat het ego zich leert te voeden via het onbewuste in plaats van zich bedreigd te voelen door onbewust afgesplitste impulsen.

 


<< POPtalk of >>